Herinneringen

annette uitzicht kade

Als kind van gescheiden ouders had ik tot voor kort twee huizen waar ik mijn jeugdherinneringen veilig wist in de kleuren van het uitzicht, de geuren van de meubels, achter spiegels, in kasten en tussen de plinten van de vloer. Een paar weken geleden nam ik voorgoed afscheid van een van die huizen, ergens aan een kade in Amsterdam. Het huis van mijn vader. Ik liep door de kamers die na vijftig jaar reuring nu kaal aandeden. Daar stond nog de secretaire van donker hout met mysterieuze lades en vakjes – vroeger vol papieren en objecten, nu eenzaam leeg -, het houten bankje waar ik als kind aan tekende, de spiegel waar ik vaak in keek. De schoenen van tante Jetske.

Jetske kwam in mijn leven aan het eind van de jaren zestig. Ik was een peuter en zij trouwde met mijn vader. Tante Jetske noemde ik haar. Ik dacht serieus dat iedereen een tante Jetske had die samen met een vader in één huis woonde. Een tante die boterhammen voor je smeerde, dik belegd met ossenworst. Een tante die je meenam naar zwemles in het Sloterparkbad. Een tante die je – als je keelpijn had – een toverdrankje gaf, waarmee de keelpijn de volgende dag al een stuk minder was. Een tante die een moeder had die Beppe heette, en een Pake die er niet meer was, ver weg in het Noorden, waar we soms heenreden over de Afsluitdijk. Een tante die me de Friese Noren gaf die ik nog steeds heb en waarmee ik heel wat winters over de kade heb geschaatst. Een tante die een voor mij onbekende zangerige taal sprak met haar familie, een taal bovendien die mijn veeltalige vader niet sprak. Een tante die ook in het Fries slaapliedjes zong, van heit en mem. Een tante die de donkergroene Volvo Amazone reed waarmee we naar Frankrijk gingen, ik lag ondertussen op de hoedenplank achterin – dat kon toen nog – en telde de sterren. Een tante die me aanmoedigde om minder verlegen te zijn omdat degene waar je iets tegen moest zeggen waarschijnlijk nog verlegener was dan ik. Een tante die de moeder was van Esther, mijn halfzusje met het syndroom van Down, dat helemaal niet verlegen was.

Mijn vader, tante Jetske en mijn halfzusje zijn er niet meer, dus iemand moet de beelden van vroeger levend houden nu ook het huis vergoed verdwijnt. Volgende week komt de secretaire van donker hout naar Amersfoort. Ik weet zeker dat mijn jeugdherinneringen mee zullen verhuizen. Lege vakjes en lades genoeg om zich in te verstoppen.

Advertenties