De wens in het water

DE WENS IN HET WATER – JEUGDNOVELLE

Voorpagina

Vier kinderen vinden een dagboek uit 1944 geschreven door de elfjarige Karel uit Bakel. Ze lezen het ademloos aan elkaar voor. Karel wordt vrienden met Simon die tijdens de oorlog in een boomhut in het bos woont. Samen spreken ze een wens uit die voor lange tijd in de grond bewaard zal blijven. De kinderen gaan op zoek naar de plek waar de wens 75 jaar later naar boven komt en ontdekken zo het bijzondere verhaal van Karel en Simon in de nadagen van de oorlog in Noord-Brabant.

De jeugdnovelle is geschreven door Annette Verspoor in opdracht van Beyond Now voor een herontwikkelingsvisie voor het Landgoed Bakel. De tekeningen zijn gemaakt door kinderen van basisschool De Kleine Kapitein in Bakel.

Hieronder een fragment:

   “Een hele tijd liepen we zwijgend naast elkaar. Mijn maag knorde van de honger. Ik hoopte dat we bij mijn opa wat konden eten.
‘Is je opa een beetje aardig?’
‘Hij is de liefste opa van de hele wereld,’ zei ik. En dat was ook zo. Als ik iets had dan kon ik er altijd met mijn opa over praten. Mijn opa wilde het zelfs samen met mij opnemen tegen de bende van Bakel toen ik hem van het pesten vertelde. Maar voordat ik dat aan Simon kon zeggen vloog er een vliegtuigje heel laag over. Zo laag, dat we de piloot zagen zitten. Het ding maakte een ronkend geluid, vloog toen weer omhoog en zwenkte naar links. Sommige mensen begonnen te rennen naar de greppel langs de kant van de weg. Steeds meer mannen en vrouwen lieten hun spullen op het midden van de weg staan. Ik werd meegetrokken door Simon. Met een paar passen waren we bij de greppel, een lange gleuf langs de kant van de weg. Diep genoeg om in te liggen. Maar als er een bombardement boven ons hoofd losbarstte gaf het weinig beschutting.
Meer vliegtuigjes vlogen nu over.
‘Het zijn de Engelsen,’ riep een man een eindje verderop, hij hield een stuk ijzer boven zijn hoofd.
‘Ja, Hawker Typhoons. Bommenwerpers,’ zei een andere man en hij tuurde met zijn hand boven zijn ogen omhoog.
Het lawaai was oorverdovend en we hoorden nu ook schoten die een eind verderop van de grond kwamen. Plotseling kwam er uit een van de vliegtuigjes rook. Het probeerde weer op te stijgen maar steeds sneller daalde het in een spiraal naar beneden.
‘Hij valt op het centrum van Bakel,’ riep iemand.
‘Nee, iets verder nog,’ zei een ander. ‘In de buurt van Grotel, denk ik.’
‘Je parachute! Spring! Spring!’ riep een vrouw naar de lucht, alsof de piloot haar zou kunnen horen.
Het vliegtuigje was nu achter de bomen verdwenen. We hoorden een knal en zagen daarna alleen nog een enorme rookpluim. Een klein meisje begon luid te snikken. De Engelse vliegtuigen vlogen verder naar het Oosten en verdwenen uit het zicht. Toch bleef iedereen in de greppel zitten.   Plotseling begon de grond opnieuw te trillen. Ik zette me schrap voor wat er nu weer ging gebeuren.
‘Tanks!’ hoorde ik roepen. ‘Engelse tanks.’
Het trillen stopte en ik keek voorzichtig over de rand van de greppel. Het waren Engelse soldaten, ze stopten vlak bij ons.
‘Everybody all right?’
Langzaam begonnen de mensen uit de greppel te klimmen en de modder van hun kleren af te kloppen. Simon en ik sprongen er ook uit en renden naar de eerste tank die we zagen. De soldaten zagen er stoer uit.
‘Where are you going?’
‘Wat?’
‘Hij vraagt waar we heengaan,’ zei Simon. ‘Deurne, we are going to Deurne.’
‘Do you want a ride?’
‘Of we mee willen rijden,’ vertaalde Simon.
Simon klom al op de tank. Ik had hem nog nooit zo blij gezien. Maar ik bleef staan. Ik moest terug naar Bakel. Misschien was het vliegtuig wel op ons dorp gevallen.
‘Nee, ik ga terug,’ zei ik. Hoe graag ik ook op zo’n tank had gereden, ik wilde ineens niets liever dan naar huis.
‘Karel,’ schreeuwde Simon me toe vanaf de hoogte, en hij boog zich iets. ‘Waar is het huis van je opa?
Ik gaf hem de straatnaam.
‘O ja,’ riep Simon boven het geluid van de tank uit. ‘Over v…’
‘Wat?’ riep ik, want ik kon maar de helft verstaan.
‘Over vijfenzeventig jaar weten we of ons experiment is geslaagd,’ schreeuwde hij. ‘Dank je voor alles en…’
‘Maar waar dan?’ riep ik. ‘Waar komt het water weer naar boven?’
De tank reed nu te snel om bij te houden, hij was te ver weg om nog te verstaan. Hij draaide zich naar me om en zwaaide. Ik zag dat een van de soldaten een helm op zijn hoofd had gezet.
‘Dag Simon,’ riep ik. ‘Tot gauw!’”

Lees het hele verhaal: De wens in het water – Annette Verspoor 2019